• Nederlands
  • Deutsch
  • Français
  • English

Proceskosten

Kosten in burgerlijke zaken

Naast het ereloon van de advocaat, zijn er ook nog andere kosten die moeten worden voorzien bij een gerechtelijke procedure.  Hoeveel het kostenplaatje op het einde van de rit zal bedragen, is altijd moeilijk te voorspellen, toch zijn er een aantal zaken die wij U op voorhand al kunnen meegeven.

Om te beginnen moet de zaak “op de rol worden gezet”.  Dit betekent dat er kosten moeten worden gemaakt om de zaak voor een rechtbank te brengen.  De meest gebruikelijk manier is om te dagvaarden.  Een gerechtsdeurwaarder zal dan de akte van dagvaarding, zoals deze door de advocaat is opgemaakt, aan de tegenpartij betekenen.  Hoeveel dit kost hangt af van waar en hoeveel personen er dienen te worden gedagvaard.   De kosten van een dagvaarding begint bij een 200 € maar de prijs kan vanzelfsprekend oplopen.

Voor sommige zaken (bv. huurzaken) kunnen de kosten worden gedrukt door een verzoekschrift neer te leggen.  In dat geval betaalt men enkel het rolrecht.  Deze bedraagt in de regel 35 € voor kleine geschillen, maar kan ook meer bedragen.  Voor geschillen betreffende onderhoudsgeld bedraagt dit zelfs maar 25 €.

Jammer genoeg is deze manier om een zaak voor de rechtbank brengen, maar voor een aantal procedures voorzien.

Bij verkeerszaken kan er eventueel een proces-verbaal van vrijwillige verschijning worden opgesteld.  Dit kan enkel als de tegenpartij daarmee akkoord is.  Ook op deze manier moeten enkel de rolrechten worden betaald.

Eenmaal het proces begonnen is, zijn er in principe geen extra kosten meer te voorzien.  Het enige dat nog kan worden aangerekend, zijn vertaalkosten.  Een rechtzaak gebeurt in de “taal van de rechtspleging”.  Dit betekent dat voor Nederlandstalige rechtbanken alles in het Nederlands wordt gedaan.  Alle briefwisseling, besluiten en dus ook de stukken moeten in het Nederlands zijn.  Hetzelfde voor de rechtbanken in het Franse en Duitstalige deel van België.

Zelfs al heeft de rechter voldoende kennis over een andere taal, dan nog kan tegenpartij een vertaling van de stukken eisen.   Momenteel lijkt het ons beter om de Duitstalige stukken te laten vertalen.  Gelukkig kunnen wij hiervoor beroep doen op een vaste vertaalster die correcte prijzen hanteert.   Deze kosten kunnen (nog) niet worden teruggevorderd van de tegenpartij.

Wanneer de rechter zijn vonnis uitspreekt, zal hij ook oordelen over de proceskosten.  In principe is het zo dat de verliezende partij de kosten moet vergoeden.  Deze kosten zijn de dagvaardingskosten, eventueel de kosten van een deskundige en de rechtsplegingsvergoeding.

Deze rechtsplegingsvergoeding zijn de kosten die de wetgever wet heeft vastgelegd en is in principe een forfaitaire tegemoetkoming in de kosten en erelonen van de advocaat.

Normaal gezien wordt de basisrechtplegingsvergoeding toegekend, maar in uitzonderlijke gevallen kan de rechter deze vergoeding verminderen of vermeerderen.  Dit wordt bepaald door de feitelijkheden in elke zaak en is vooraf moeilijk te voorspellen.

De waarde van het geding bepaalt hoeveel de rechtsplegingsvergoeding kan zijn, enkele uitzonderingen niet nagelaten (bv. voor bepaalde zaken in het arbeidsrecht).

 

 

Basisbedrag

Minimumbedrag

Maximumbedrag

Tot 250,00 €

150,00 €

75,00 €

300,00 €

Van 250,01 € tot 750,00 €

200,00 €

125,00 €

500,00 €

Van 750,01 € tot 2500,00 €

400,00 €

200,00 €

1000,00 €

Van 2500,01 € tot 5000,00 €

650,00 €

375,00 €

1500,00 €

Van 5000,01 € tot 10.000,00 €

900,00 €

500,00 €

2000,00 €

Van 10.000,01 € tot 20.000,00 €

1100,00 €

625,00 €

2500,00 €

Van 20.000,01 € tot 40.000,00 €

2000,00 €

1000,00 €

4000,00 €

Van 40.000,01 € tot 60.000,00 €

2500,00 €

1000,00 €

5000,00 €

Van 60.000,01 € tot 100.000,00 €

3000,00 €

1000,00 €

6000,00 €

Van 100.000,01 € tot 250.000,00 €

5000,00 €

1000,00 €

10.000,00 €

Van 250.000,01 € tot 500.000,00 €

7000,00 €

1000,00 €

14.000,00 €

Van 500.000,01 € tot 1.000.000,00 €

10.000, 00 €

1000,00 €

20.000,00 €

Boven 1.000.000,01 €

15.000,00 €

1000,00 €

30.000,00 €

 

Voor de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten verbonden aan de bijstand van de advocaat, bedroeg de rechtsplegingsvergoeding, ongeacht de waarde van het geding, nog geen 400 €.  Hierdoor was het risico dat men liep bij het dagvaarden een stuk kleiner. 

Nu is het onze taak om U vooraf duidelijk in te lichten over de kansen op succes.  De verliezer, degene die geen gelijk heeft gekregen door de rechtbank, moet immers de gerechtskosten en de rechtsplegingvergoeding betalen.  Indien de procedure wordt gewonnen, betaalt de tegenpartij U de dagvaardingskosten terug, alsook een rechtpslegingsvergoeding, die onze eindafrekening serieus zal verlichten.

Nog een kort woordje over registratierechten: indien U werd veroordeeld tot het betalen van 12.500 € of meer, zal U, ongeacht of U beroep hebt ongetekend of niet, registratierechten dienen te betalen.  Dit is 3% van het bedrag waartoe U bent veroordeeld.

Wettelijke basis:

  • Artikel 35 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (Belgisch Staatsblad 1 december 1939)

Kosten in strafzaken

Ongeacht of U werd gedagvaard voor de politierechtbank in verband met een verkeersovertreding of voor de Correctionele rechtbank voor een ander misdrijf, ook daar zal U naast ons ereloon kosten dienen te dragen.

Indien men wordt veroordeeld in strafzaken, zal U naast de eigenlijke straf (een geldboete, een gevangenisstraf, een rijverbod,...) ook de gerechtskosten moeten betalen.  Deze kosten hangen af van de grootte van het dossier.  In een verkeerszaak bedragen deze kosten normaal gezien rond de 50 €.

Wanneer de rechter een boete van minstens € 26 uitspreekt, te vermenigvuldigen met de wettelijke opdecimes, wordt men ook veroordeeld om een bijdrage te betalen in het fonds voor slachtoffers van opzettelijke gewelddaden.  Deze bijdrage is 25 €, bedrag dat dient ook dit bedrag te worden vermenigvuldigd met de wettelijke opdecimes.  In de praktijk zal U 137,50 € betalen.

Wettelijke basis:

  • art. 28 en volgende van de Wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen (Belgisch Staatsblad van 6 augustus 1985).
  • Koninklijk Besluit tot wijziging van het artikel 29, tweede lid van de wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen (Belgisch Staatsblad van 7 december 2005).
  • Koninklijk Besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken (Belgisch Staatsblad van 30 december 1950).

 De eigenlijke straf zal altijd moeten worden vermenigvuldigd met de wettelijke opdecimes.  Concreet betekent dit dat ze met een factor 5,5 moeten worden vermenigvuldigd.

Een voorbeeld: U bent veroordeeld tot een boete van 50 €, dan zal U 275 € moeten betalen.

Wettelijke basis:

  • Wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafgeldboeten.

Brussel, februari 2010


Liselotte Dedrie